Volgens recente cijfers van de ADAC en de Automobilclub Mobil in Deutschland zijn nabije autohoven gemiddeld tot wel 20 procent goedkoper dan rustplaatsen direct aan de snelweg. Bij een 50-liter tankinhoud in combinatie met een typische reisinkoop kunnen de prijsverschillen oplopen tot meer dan 30 euro.
De ADAC-analyse werd tussen 12 en 27 april 2025 uitgevoerd. Onderzocht werden de brandstofprijzen bij 50 snelwegtankstations en bij 50 tankstations bij de respectievelijk dichtstbijzijnde afrit. Gemiddeld lag de prijs voor een liter Super E10 bij rustplaatsen langs de snelweg 43,7 cent hoger dan bij autohoven, bij Diesel 42,5 cent. Het hoogste vastgestelde prijsverschil voor Super E10 bedroeg 57 cent per liter. Hieruit blijkt volgens de
ADAC bij een 50-liter tankinhoud voor Super E10 een gemiddelde besparing van bijna 22 euro, bij Diesel ruim 21 euro.
Duidelijke verschillen ook in de winkel
Mobil in Deutschland vergeleek begin augustus 2025 daarnaast de prijzen van een gestandaardiseerde warenmand met typische producten voor op reis. Bij rustplaatsen langs de snelweg lag de gemiddelde prijs op 43,45 euro, bij autohoven op 36,20 euro. Enkele producten vertoonden prijsstijgingen tot wel 300 procent. Zo kostte plat water bij de rustplaats langs de snelweg tot 3,99 euro, bij het autohof 1,00 euro.
Ook de brandstofprijzen werden door Mobil in Deutschland vastgelegd. In juni 2025 analyseerde de Automobilclub gedurende vijf dagen op drie tijdstippen de prijzen
van E5, E10 en Diesel met behulp van het vergelijkportaal Clever Tanken. Voor 50 liter diesel betaalden automobilisten bij rustplaatsen langs de snelweg 103,13 euro, bij autohoven 80,91 euro. Het gemiddelde prijsverschil bij diesel bedroeg daarmee circa 27 procent. In totaal bedroeg in 2025 een gemiddeld totaalverschil tussen autohoven en rustplaatsen langs de snelweg voor de warenmand en brandstof 29,48 euro.
Structurele redenen voor hoge prijzen
Volgens de Vereniging Deutscher Autohöfe (VEDA) zijn de hogere prijzen bij autobahnrastplaatsen toe te schrijven aan langdurige concessies aan enkele exploitanten. Dit leidt tot een marktstructuur met weinig concurrentie. Autohoven daarentegen worden overwegend geëxploiteerd door middelgrote ondernemingen en staan in vrije concurrentie.
“Wat wij hier zien,
is een paradevoorbeeld van hoe concentratie op de markt nadelig is voor consumenten“, legt Ruscheinsky uit. “Onze autohoven zijn daarentegen middelgrote, klantgerichte en open – ook voor innovaties, nieuwe exploitanten en eerlijke concurrentie.”
Eis voor meer concurrentie en laadinfrastructuur
De VEDA vraagt de politiek om meer transparantie en eerlijke concurrentievoorwaarden. Daartoe behoren volgens de vereniging een betere bewegwijzering van autohoven langs de snelweg en de bevordering van echte keuzemogelijkheden voor consumenten.
Een bijkomend voordeel van autohoven ligt volgens VEDA in de laadinfrastructuur voor elektrische voertuigen. Gemiddeld beschikken autohoven over tienmaal zoveel snellaadpunten als door de federale overheid beheerde Rastplaatsen. Concreet noemt de vereniging een verhouding van 10:2 ten gunste van de autohoven.