De Europese Unie heeft zich ambitieuze doelen gesteld voor het wegvervoer van goederen. Tot 2030 moet volgens EU-voorschriften meer dan één op de drie vrachtwagens elektrisch rijden. Voor de transport- en logistieke sector betekent dit een ingrijpende verandering die niet uitsluitend van de voertuigtechniek afhangt. Doorslaggevend is vooral de opbouw van een functionerende laadinfrastructuur.
Politieke doelen en huidige uitgangssituatie
Zoals cijfers van het Hamburgse bedrijf Helio en de laadinfrastructuurspecialist Nanuq aangeven, bestaan er momenteel in Duitsland minder dan 300 openbare laadpunten voor zware bedrijfsvoertuigen. Om aan de Europese voorschriften te voldoen, zouden duizenden extra locaties in de openbare ruimte moeten ontstaan. Daarnaast zouden tot wel 100.000 laadpunten op bedrijventerreinen nodig zijn, zo luidt het in een gezamenlijke verklaring van beide bedrijven.
Investeringsbehoefte en belemmeringen
Voor de Europese uitbreiding van
de laadinfrastructuur wordt de kapitaalsbehoefte geschat op circa 22 miljard euro. Expediteurs en wagenparkbeheerders zien zich daarmee direct geconfronteerd met meerdere hindernissen. Enerzijds zijn de noodzakelijke investeringen hoog, anderzijds zouden langdurige vergunningsprocedures de uitvoering vertragen. Daarnaast ontbreekt het veel bedrijven aan toegang tot kapitaal.
„De overstap naar elektrische vrachtwagens stuit tegenwoordig minder op de wil van bedrijven dan op de realiteit: ontbrekende laadpunten, hoge investeringskosten en complexe vergunningsprocedures“, aldus Fabrice Kathmann, algemeen directeur van Nanuq.
Marktgerichte oplossingsbenaderingen
In dit licht zetten Helio en Nanuq in op een marktgebaseerd model. Helio brengt daarbij privékapitaal van burgers en middelgrote investeerders in de projecten in. Nanuq neemt planning, bouw en exploitatie van de laadpunten op zich.
De partners spreken van een taakverdelende oplossing: investeerders financieren de infrastructuur, Nanuq realiseert deze, en logistieke
bedrijven betalen uitsluitend voor de geladen hoeveelheid energie. De anders noodzakelijke kapitaalsbinding komt daarmee te vervallen voor de vlootbeheerders.
„Met zonneparken en batterijopslag hebben we laten zien dat burgers en het midden- en kleinbedrijf de energietransitie kunnen dragen en daarvan kunnen profiteren. Laadinfrastructuur is de volgende logische stap“, benadrukt Fabio Griemens, oprichter van Helio.
Belang voor de sector
Voor expediteurs opent dit model de mogelijkheid om hun vloten geleidelijk om te schakelen naar elektrische aandrijvingen, zonder zelf de hoge opstartkosten te hoeven dragen. Volgens de informatie van Helio en Nanuq moeten de eerste laadpunten uit de samenwerking al in 2025 ontstaan op strategisch belangrijke logistieke locaties in Noord- en West-Duitsland. Binnen vijf jaar willen de partners een landelijk dekkend netwerk in Duitsland opbouwen.
Volgens de inschatting van beide bedrijven
reikt de impact verder dan de onmiddellijke uitbreiding van de infrastructuur. De betrokkenheid van private kapitaal versterkt de maatschappelijke acceptatie van de energietransitie. Vergelijkbaar met de decentrale uitbouw van zonneparken verhoogt de directe participatie de identificatie met de projecten en creëert regionale waardecreatie.
Vooruitzicht
De elektrificatie van het zwaarvervoer wordt gezien als de sleutel om de klimaatdoelstellingen in de transportsector te realiseren. Tegelijk laat de huidige stand van de laadinfrastructuur zien dat de weg ernaartoe nog lang is. Met hun marktgerichte benaderingen willen Helio en Nanuq kapitaal mobiliseren, investeringsrisico's verkleinen en zo de elektrificatie versnellen.
Voor managers bij goederenvervoerbedrijven rijst daarmee de vraag hoe zij dergelijke modellen in hun eigen transformatie-strategie kunnen opnemen. Duidelijk is: zonder aanzienlijke uitbreiding van de laadinfrastructuur zal het doel van de Europese Unie nauwelijks