Bedrijven uit de handelslogistiek zetten al actief in op alternatieve aandrijftechnologieën of plannen een tijdige omschakeling. Zoals uit de op 10 september gepubliceerde studie „Duurzaamheid in de transportlogistiek” van het EHI Retail Institute blijkt, zien bedrijven uit de handelslogistiek zich steeds vaker verantwoordelijk om ecologische aspecten in hun logistieke strategieën te integreren. Naar verluidt is de heroriëntatie van de transportlogistiek in volle gang. De basis van de studie is een bevraging van 38 bedrijven (waaronder handelaren, logistieke dienstverleners, producenten van consumptiegoederen en overige bedrijven) uit de DACH-regio. Met ongeveer 70 procent ligt het grootste aandeel bij handelsondernemingen. blijkt, zien bedrijven uit de Handelslogistiek zich steeds vaker verantwoordelijk om ecologische aspecten in hun logistieke
strategieën te integreren. Volgens de studie is de heroriëntatie van de transportlogistiek in volle gang. De basis van de studie is een bevraging van 38 bedrijven (waaronder handelaren, logistieke dienstverleners, producenten van consumptiegoederen en overige bedrijven) uit de DACH-regio. Met ongeveer 70 procent ligt het grootste aandeel bij handelsondernemingen.
Meer dan 70 procent van de ondervraagde bedrijven uit de handelslogistiek bevinden zich in een omstellingsproces of bereiden dit voor. Ongeveer 85 procent van de bedrijven wil binnen de komende zes jaar overschakelen op alternatieve aandrijftechnologieën, daarvan 30 procent al binnen de komende drie jaar.
De hoogste instemming bij de voertuigtypes gaat uit naar lichtere voertuigen zoals bestelwagens en vrachtwagens tot 7,5 ton. Volgens
de ondervraagden maakt een ombouw hier de meeste zin. Alternatieve aandrijvingen bij zware voertuigen zoals trekker-opleggers worden door de ondervraagden op dit moment niet als praktisch beschouwd.
Gevestigde transportwijzen staan onder druk door reglementaire veranderingen, technologische innovaties en een groeiend ecologisch besef in de samenleving.
„Het transformatieproces is gestart, maar verloopt met zorgvuldigheid en met inachtneming van bedrijfseconomische, infrastructuur- en technologische randvoorwaarden“, legde de auteur van de EHI-studie Niklas Stanislawski uit.
Technologische vooruitgang op het gebied van batterijen, waterstofoplossingen en synthetische brandstoffen opent de sector nieuwe mogelijkheden. Met een aandeel van bijna 60 procent is de elektrische aandrijving momenteel de meest gebruikte aandrijftechnologie en wordt vooral bij korte afstanden toegepast. Gas-aangedreven aandrijvingen zijn
met 45 procent eveneens wijdverbreid. Plug-in-hybrides nemen met 39 procent de derde plaats in.
Aan de andere kant kampen bedrijven ook met uitdagingen. Zo zien 92 procent de aanschafkosten als de grootste horde bij alternatieve aandrijvingen. Eveneens 70 procent beschouwt de actieradiusprofielen en de ontbrekende laadinfrastructuur negatief. Voor 65 procent vormen bovendien de lange laadtijden en tanktijden een probleem.
Ook voor de toekomst geldt de elektrische aandrijving als centrale technologie voor goederen- en vrachtvervoer. Volgens de ondervraagden verliezen gas en biobrandstoffen op lange termijn aan relevantie, maar ze worden wel beschouwd als pragmatische tussenoplossingen. Waterstoftechnologieën zijn voor de langeafstandlogistiek wel potentieel geschikt, maar momenteel zijn er nog aanzienlijke uitdagingen (kosten, infrastructuur, efficiëntie) verbonden.